Choose color scheme

  • Solidarity University: Innovating from the People’s Narrative

     SOLUNI_LOGO150dpiStriking oil or mining lithium depends
    far more on knowing where to dig
    than on the digging itself.

    Larry Keeley

    Innovation is hot. In modern business it is a must to be innovative. Papers, blogs, conferences and journals are explaining why: either you disrupt or you will be disrupted. Society is at the boundary of a new era. Technology is ubiquitous and software is eating the world (Marc Andreessen). The evangelists of this era confront their audiences with the inevitable and face them with a choice: do you eat or will you be eaten? Innovation is about survival. The survival of the smartest.

    EU innovation policies

    It is against this background that the European Union has developed recent innovation policies. In the Lisbon-agenda the EU expressed its aspirations to become the most dynamic and competitive economy in the world. Research and innovation would lead the Union to that point.

    However, even if innovation can lead to prosperity, it is still just an instrument. It has to be directed and defined by underlying values. The effectiveness of innovation is mainly depending upon its ability to solve real problems for real people. EU-strategies underlying newer innovation programmes like Horizon 2020, speak explicitly of ‘tackling societal challenges’ as one of their key objectives. Innovation needs to help people, it is an instrument to serve society.

    Therefore, it’s essential to know what these challenges are and with what type of solutions society is served best. A proper analysis of the needs of society is of paramount importance to innovation strategies. Or, in the words of innovation expert Larry Keeley: ‘Innovating requires identifying the problems that matter and moving through them systematically to deliver elegant solutions.’

    Need finding

    But how can you do this? How can one make a thorough analysis of the needs of people when they themselves are not always aware of their needs? This is exactly why the Solidarity University has been established. In order to have effective policies for innovation and change, organisations need to have a good understanding of the people which they are serving. The Solidarity University guides civil servants, providers of health and social care, politicians, entrepreneurs and others through this process. We inspire to and assist in getting close to people and communities again and collect knowledge helping to serve them better.

    Areas in which Solidarity University has applied this method are social care and welfare, housing and sustainability, environmental planning and education. In all these programmes the power of language is used to bring organisations close to people. We are doing this by a narrative approach. We collect stories from people and doing so, we gain insights in their lives and the dynamics of their communities. We gain understanding of the connectedness within the communities: what are the gaps? And where are the natural forces, which eventually can be used in service delivery? The knowledge of these stories is shared with the different stakeholders and based on that projects are initiated to improve the lives of people and communities.

    de Zeeuwse Huiskamer

    One of the programmes, which is running for a couple of years now, is de Zeeuwse Huiskamer (the Zeeland Living Room). In the Dutch province of Zeeland, like in many other places, organisations have been struggling with the issues of independent living. Budgets for health and welfare services have been cut and government responsibilities have been shifted from national to local level. At the same time the percentage of senior citizens is growing. In order to cope with this, elderly people need to live longer in their houses and organisations need to deliver their services in new ways. Collaboration of the different stakeholders, like homecare, city council and housing corporations is crucial to maintain viable service levels.

    Some have high expectations of technology. Several experiments with this (e.g. in telecare) failed. It was hard to have a decent service level and a viable business case. From that moment a different approach was chosen in Zeeland. Need-finding was essential before designing new services. There was a growing awareness that organisations were incapable of gaining knowledge about their customers themselves. They were programmed to look to the market through the eyes of the offer that they had developed over the years. And through the eyes of a hammer, the world is full of nails.

    Then de Zeeuwse Huiskamer was born. Using methods from cultural anthropology and soft systems methodology, organisations have been brought into new contact with people and communities in Zeeland. A space was created in which their stories were told and shared. Analysis of these stories helps public and private organisations to design new services or products. It helps to define new ways for joint services.

    This is an ongoing process. The real work, collecting the stories of people, is an intensive and grateful task. After a couple of years, de Zeeuwse Huiskamer, has become one of the main instruments to bring the worlds of people and systems together and to explore new ways for independent living and to improve the quality of life for Zeelandic seniors.

    Solidarity University

    Since January 2016 the Solidarity University has been established to bring this methodology to a higher level. Besides the current projects, the Solidarity University will inspire a broader audience via conferences, (executive) training programmes and publications. Cooperation  with the University of Amsterdam and the International Institute of Social Studies in The Hague brings academic quality to its activities.

    At the Solidarity University, it is our ambition to contribute to a world in which innovation policies start with what they serve in the end: the people’s narratives.

     

    This text is my contribution to the report ‘Opportunity Now’, published as a Strategical Note by the European Political Strategy Centre. Download the Full Report.

  • Weer thuis na de XMED: en nu?

    Het is inmiddels weer vier maanden geleden dat ik de Exponential Medicine bezocht. Toch denk ik er nog dagelijks aan terug, ik praat er veel over met zorgmensen. Ik ervaar de worsteling om de ideeën over vernieuwing in de praktijk te brengen. Dat heeft alles te maken met de grote afstand die iedere bezoeker ervaart tussen de praktijk van de dag en de wereld van de XMED. Mij is opgevallen dat veel bezoekers in San Diego al worstelen met de vraag ‘wat kunnen we hier thuis mee?’. En om de potentie van exponentiële technologie te kunnen benutten zullen we in staat moeten zijn om te begrijpen waarom deze beleefde afstand zo groot is.

    1. Exponentiële technologie stelt ons lastige vragen

    De Exponential Medicine geeft zijn bezoekers een blik in de nabije toekomst. De technologische ontwikkeling maakt indruk. Maar meteen wordt ook duidelijk dat een veel bredere maatschappelijke, filosofisch-ethische en juridische doordenking nodig is om deze oplossingen in de praktijk toe te passen. Vooraf werd ik gewaarschuwd dat de conferentie mindblowing zou zijn en daarmee is geen woord teveel gezegd. Wie daar rondloopt vraagt zich zeker dagelijks af hoe het is om onsterfelijk te zijn.

    Met name tijdens de sessies over bio-hacking en gene-editing werd voor veel aanwezigen duidelijk hoe fundamenteel de vragen zijn die op ons afkomen. Wanneer we bijvoorbeeld over een toolkit beschikking om de human species structureel te verbeteren, wie gaat die gebruiken en hoe? Een groot complex aan vragen dient zich aan: wat is verbeteren? welke criteria worden daarbij gehanteerd? hoeveel vrijheid gunnen we elkaar daarbij eigen afwegingen te maken? Wat is autonomie en welke verantwoordelijkheid dragen we voor een volgende generatie?

    De omvang en complexiteit van deze vraagstukken heeft voor velen een verlammend effect. En wie zich eenmaal aan een gesprek over deze onderwerpen waagt, blijkt in een mijnenveld beland waar consensus nog ver te zoeken is. Het is gemakkelijker en comfortabeler deze situaties uit de weg te gaan, want ook vandaag ligt er nog genoeg werk.

    2. Niet iedereen zit er op te wachten

    Weer even thuis is mij opgevallen dat veel organisaties gewoon niet op slimme oplossingen zitten te wachten. Hoe veelbelovende de technologische ontwikkelingen, zoals big data, brain-computer interfaces en bio-hacking ook zijn, in de Nederlandse zorgwereld zijn dit niet voor iedereen de antwoorden die men zoekt bij de eigen problemen.

    Onlangs bezocht ik de zoveelste bijeenkomst over de Zeeuwse zorg. Vrijwel iedereen die in onze provincie een zekere (formele) zorgverantwoordelijkheid draagt was daar te vinden. Centraal stond de vraag hoe we met elkaar komen tot betere zorg. Opvallend was echter dat daarbij  vooral gedacht aan betere onderlinge afspraken, een provincie en verzekeraar die hun rol adequaat oppakken en het fatsoenlijk regelen van de uitwisseling van medische gegevens. Het gesprek verzandde in gemeenplaatsen en een weinig gepassioneerd publiek.

    Die middag dacht ik terug aan mijn ervaringen bij de Exponential Medicine. Zoveel energie als ik aan de Pacific op deed verloor ik langs de Schelde. Ik vroeg mezelf serieus af: zit men hier wel te wachten op vernieuwing? Heeft men wel behoefte aan een grondige verbetering van de zorg aan Zeeuwse patiënten? Het probleem is niet dat men zou ontkennen slimme oplossingen te willen, maar veel meer dat men het voortdurend blijft zoeken binnen de veilige wereld van het (eigen) systeem. Binnen de kaders van het huidige stelsel willen we het zo goed mogelijk regelen. Dergelijke bijeenkomsten verworden dan tot een rituele dans. Af en toe moet je het doen om elkaar te treffen, maar het echte probleem (namelijk een patiënt die onvoldoende recht wordt gedaan en zorgdiensten die structureel beter geleverd kunnen worden) niet besproken wordt. In plaats daarvan wordt het eigen gelijk en onvermogen bevestigd.

    Het aanschouwelijk maken van de impact van exponentiële technologie kan helpen om daar buiten te treden. Het heeft een waanzinnig (soms ook letterlijk) inspirerend effect. Maar dat maakt ook nerveus. Want nieuwe technologie en nieuwe organisatiemodellen schudden aan de fundamenten van veel organisaties. Dan is het gemakkelijker om daarvoor de ogen even te sluiten.

    3. De rol van de patiënt verandert

    Een derde verklaring voor de grote afstand tussen de lessen vanuit Californië en de praktijk ligt aan de rol van de patiënt. Nieuwe informatievoorziening, communicatietechnologie en  personalised medicine zal de positie en rol van de patiënt sterk doen veranderen. Patiënten en hun familie, ook al blijft hun afhankelijkheid een gegeven, krijgen veel meer instrumenten in handen om een actieve rol in het medische proces te spelen.

    In principe sluit dit goed aan bij de visie-statements van de meeste zorgaanbieders: de patiënt is toch het middelpunt? Inderdaad, de patiënt wordt in het midden van onze wereld en onze systemen geplaatst. En daarmee fundamenteel geen recht gedaan. De beweging naar de patiënt toe maakt de zorgverlener tot participant van zijn wereld. Maar dat vergt een enorme omslag, waarbij de eigen organisatie vaak de grootste belemmering vormt.

    Hoe dan wel?

    Ondanks mijn misschien wat scherpe woorden heb ik ook geen pasklaar antwoord op de vraag naar een goede dialoog tussen de huidige wereld en de potentie die nieuwe technologie meebrengt. Ik wil me wel wagen aan het formuleren van een aantal grondlijnen of contouren van een omgeving waarin deze dialoog opbloeit.

    1. Weet waar je voor staat.
      Organisaties met een heldere missie en visie blijken veel sneller te kunnen innoveren dan de navelstaarders. Zij schakelen sneller en hebben minder angst voor de toekomst.
    2. Begin de dialoog vanuit het gesprek met de patiënt.
      Wie helder formuleert waar hij voor staat, heeft geen moeite dat aan patiënten uit te leggen en kan zelfs op hun medewerking rekenen. Deze expert wil je echt verder helpen en heeft meestal het laagste uurtarief.
    3. Vernieuwing is belangrijker dan consensus.
      Zeker in Zeeland hechten we aan overleg en (bestuurlijke) consensus. We complimenteren onszelf als dat lukt. Voor echte vernieuwing is dat de dood in de pot.
    4. Ga experimenteren.
      Ik ken organisaties die regelmatig nieuwe spulletjes kopen, wat experimenteren, daar veel van leren en misschien tot de conclusie komen dat het niet werkt, maar ondertussen meer geleerd hebben over zichzelf en hun patiënten dan anderen.
    5. Investeer in de doordenking van deze thema’s in het onderwijs.
      Studenten en toekomstige werkgevers zijn gebaat bij onderwijs waar kennis wordt verzameld van praktijksituaties en geleerd wordt daarvoor oplossingen te ontwikkelen. Daarbij zullen verschillende perspectieven (alfa, beta en gamma) met elkaar in gesprek moeten komen, anders blijft de XMED een feestje voor nerds.

     

  • Kunstmatige intelligentie in de nabije toekomst

    peter_diamandis_42709

    Peter Diamandis

    Peter Diamandis is een van de oprichters van de Singularity University en de X-Prize Foundation. Momenteel publiceert hij een aantal blogs over de stand van zaken van exponentiële technologieën.

    Het laatste stuk gaat over kunstmatige intelligentie en bevat een interview met Stephen Gold van IBM Watson. Gold verwacht dat kunstmatige intelligentie op zeer korte termijn (drie jaar) onze levens sterk zal beïnvloeden.

    Lezen:
    Peter Diamandis, ‘Where artificial intelligence is now and what’s just around the corner’