Choose color scheme

  • Maakt technologie ons beter?

    Vandaag brengt de NOS het nieuws dat computergebruik in de klas geen positief effect heeft op de leerprestaties van kinderen. Dit blijkt uit onderzoek dat door de OESO is uitgevoerd. Het onderzoek is in feite een vergelijking van de PISA-scores van scholen in landen, waar een verschillende mate is van de inzet van computers in de lessen voor lezen en rekenen.

    0In landen die veel hebben geïnvesteerd in informatietechnologie op scholen, zoals in Spanje, Noorwegen en Denemarken, blijkt uit de PISA-test dat de resultaten van leerlingen niet beter zijn geworden. En in Australië, Nieuw-Zeeland en Zweden nam de leesvaardigheid van de leerlingen juist af.

    Op de scholen met de beste resultaten, zoals Zuid-Korea, de Chinese stad Shanghai, Hongkong en Japan worden nauwelijks tablets en computers gebruikt in het onderwijs. (bron: http://www.nos.nl)

    De vraag dringt zich op: maakt technologie ons wel beter? Op school klaarblijkelijk niet. We zijn er kennelijk niet in geslaagd om een nieuwe generatie hiervan te laten profiteren. Veel energie en geld is gestopt in projecten die niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd.

    Waarom breng ik dit rapport op deze plaats onder de aandacht? Een van de conclusies (zie ook de link onderaan dit artikel) luidt: “education is a heavily personalised service, so productivity gains through technology are limited, especially in the teaching & learning process”. Onderwijs is zo sterk gebonden aan de persoonlijke verbinding tussen een docent en een student, dat de productiviteitswinst door technologie in het proces zelf slechts beperkt is. Dit geldt ook zeer zeker voor de wereld van zorg en welzijn waar op dit moment ook geprobeerd wordt met technologie processen te optimaliseren en bijvoorbeeld zorg op afstand mogelijk te maken. We verwachten hier zeker dat technologie ons beter maakt.

    geekheresy_6Recent heb ik het boek Geek Heresy gelezen. De schrijver van dit boek, Kentaro Toyama, is namens Microsoft betrokken geweest bij projecten in India, die als doel hadden het onderwijs te verbeteren door inzet van ICT. Vaak hadden ze in de pilotprojecten succes, maar lukte het niet om deze successen op te schalen. Waarom niet? Toyama concludeert achteraf onder meer dat de scholen, die in de eerste proeven mee deden, bevlogen docenten hadden die goed Engels spraken. Het waren daarmee geen representatieve scholen voor het hele land, zeker niet voor die gebieden die de verbetering het hardst nodig hadden. In veel andere scholen werden er slechts spelletjes op gedaan of lagen ze weg te stoffen. Het optimisme van de positieve impuls door technologie bleek misplaatst.

    In zijn boek verdiept Toyama deze ervaring met een studie naar soortgelijke projecten in het onderwijs en andere maatschappelijke sectoren, waaronder de zorg. Overal blijkt de menselijke factor cruciaal voor het succes van een project. Zijn stelling luidt dan ook: Technologie verbetert niet. Het versterkt slechts de intenties en het vermogen van de gebruiker. Nu is dat gemakkelijk gezegd. Maar wanneer dit waar is, betekent dat ieder technologieproject – in het onderwijs, maar ook in de zorg – het risico in zich draagt om slechte intenties of onvermogen te versterken. Anders gezegd: het is cruciaal hoe mensen die technologie moeten gebruiken worden toegerust en begeleid. Het is essentieel, zoals Toyama schrijft, om technologie implementatie altijd te paren aan human engagement.

    Dichterbij huis is de Zeeuwse Huiskamer een poging om hetzelfde te doen. We willen over langer zelfstandig leven praten, en over technologie om dat te ondersteunen. Maar altijd vanuit de vragen en behoeften van mensen. Ook in Zeeland is veel geld geïnvesteerd in zorgtechnologie die uiteindelijk niet een dienst aan de klant is geworden. Binnen de omgeving van de Zeeuwse Huiskamer, en binnenkort ook in de WERKPLAATS op de Kenniswerf, willen we partijen op deze wijze samenbrengen. Het hele traject duurt misschien wat langer. Niet iedereen heeft controle over het gehele proces. Maar resultaten kunnen op die wijze wel duurzamer ingezet worden, in ons aller belang. Alleen zo worden we beter!

  • Redden we de zorg of onze gezondheid?

    “Red de Zorg”, zo wordt ons toegeschreeuwd van posters en in radiospotje. Meer dan 100 BN’ers (onder wie ik nog vrij weinig jongeren heb ontwaard) en de vakbonden leggen het kabinet het vuur aan de schenen. De zorg moet gered worden. De invoering van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten hebben voor grote problemen gezorgd. Er worden rechtszaken gevoerd om goede zorg te kunnen houden. De uitvoering van de WMO stuit op grote problemen, zoals vorige week in Rotterdam bleek.

    Het is te prijzen dat het actiecomité wijst op de verspilling en bureaucratie. Terecht wordt de vinger gelegd bij de problemen die marktwerking met zich meebrengt (en waar zeker in perifere gebieden, zoals Zeeland, negatieve gevolgen merkbaar zijn). Het geeft echter te denken dat de actie geleid wordt door vakbonden. Hiermee geven zij blijk ver te willen gaan om een bestaande situatie te willen behouden. In de zorg leidt behoud namelijk niet tot beterschap.

    De huidige zorg heeft grote beperkingen. Beperkingen die vragen om een fundamentele vernieuwing van het systeem. Een van de vernieuwingsvoorstellen is het rapport van de commissie Toekomstige Zorg Zeeland. Hierin wordt beschreven hoe wij allen beter zouden worden van een zorgstelsel dat dichterbij huis georganiseerd is, maar waar tegelijkertijd grotere deskundigheid beschikbaar is door de inzet van technologie.

    maxresdefault-2Diagnostiek is een mooi voorbeeld van een terrein waar dit mogelijk is. Een pleitbezorger hiervan is Elisabeth Holmes. Als oprichter van Theranos ontwikkelt zij producten en technieken om in een vroeg stadium vast te stellen of zich een ziekte aandient. Dat kan namelijk veel eerder dan nu vaak het geval is. Haar persoonlijke verhaal (een link naar haar TEDtalk staat onder dit artikel) motiveert ze vanuit de beschermwaardigheid van de gezondheid en het welzijn van mensen, een fundamenteel recht. We mogen hopen dat de zorgsector ontvankelijk wordt voor het pleidooi van Holmes. Dat betekent echter wel dat de zorg nog veel meer op de schop moet dan afgelopen jaar is gebeurd. Want het opsporen van bijvoorbeeld kanker in een zeer vroeg stadium verhoogt weliswaar de kwaliteit van leven van de (potentiële) patient. Er is een heel andere type behandeling en een ander soort professional nodig om met interventies te komen dan nu het geval is. Sterker nog, deze nieuwe zorg zal bepaalde beroepsgroepen overbodig maken.

    De vraag is: waar zijn wij bereid de straat voor op te gaan? Gaat het ons om het recht op bescherming van onze gezondheid? Of willen we strijden om het behoud van zorg? Wie zich zorgen maakt om de gezondheid van een geliefde, beseft dat gezondheid meer weegt dan zorg. Wat mij betreft wordt dit het ideaalplaatje van de nieuwe Commissie Toekomstige Zorg Zeeland: een provincie zonder zorgen. En de vakbonden? Laten zij zich druk maken om het voorbereiden van hun leden voor een nieuwe toekomst. We hebben namelijk erg hard mensen nodig met nieuwe competenties.

    De praktijk is weerbarstig, maar uiteindelijk hebben wij samen de keus: Redden we de zorg of onze gezondheid? Kiezen we voor behoud of beterschap? Blijven we liggen of komen we overeind?

     

    (dit blog is gepubliceerd op www.santezeeland.nl)